Interviews

Selecteer jaartal

1

2

3

4

5

Er zijn sportmannen die door een of andere zware blessure van de ene dag op de andere hun wereld van roem en financieel gewin in elkaar zien storten. Andere kampioenen worstelen jarenlang met de vraag wanneer ze een definitief punt zullen zetten achter hun carrière. Ze blijven halsstarrig, tegen beter weten in, het succes najagen en krijgen bij iedere mislukte poging onder bedekte termen te horen dat het “niet dat meer is”. Wat hen vaak alleen maar stijft in hun koppigheid om toch maar door te gaan, gedreven door een vage illusie dat er nog wel een moment uit de hemel valt om “in schoonheld te eindigen”, zoals dat dan heet.
Vier wereldtitels prijken er op Mikkola's erelijst. Hij is de enige rijder die wereldkampioen werd in zowel de 250cc als de 500cc. Deze foto dateert uit 1976, toen hij de Rus Moisseev versloeg.
Heikki
Mikkola's
nuchtere
beslissing:
«Ik ben gestopt
omdat een tweede
plaats me niks zegt»
 Met Heikki Mikkola, viervoudig wereldkampioen motorcross, is het heel anders gegaan. Hij besloot in september, nog voordat het seizoen goed en wel was afgelopen, de kompetitie vaarwel te zeggen. Op de Trofee der Naties liet hij er zich al even iets over ontvallen maar niemand schonk er veel aandacht aan omdat ook in de motorcross zulke beslissingen jaren in de lucht hangen voor ze worden uitgevoerd.
     Bovendien had Heikki vorig jaar nog met een record aantal punten de wereldtitel behaald in de 500 cc en hij was dit seizoen nog steeds de best betaalde prof in de crosswereld met een benijdenswaardig miljoenencontract als enige fabrieksrijder van Yamaha-Japan.
    Aan het begin van het seizoen liet overigens niets vermoeden dat hij er negen maanden later het bijltje zou bij neerleggen. Hij begon met veel zelfvertrouwen aan het voorseizoen. in de overtuiging dat een vijfde titel in zijn bereik lag. Zijn voornaamste tegenstander yan “78, de Amerikaan Brad Lackey, was naar Kawasaki overgestapt, een merk dat, zoals Mikkola voorspelde, nog
Grand Prix-ervaring miste. De meeste insiders tipten op de Fin.
    Maar nog voordat het wereld-kampioenschap begonnen was, werden zijn kansen ondergraven. Op 18 maart. toen hij in de modderige Demervallei met zijn tegenstanders stoeide, raakte hij een paaltje, gleed onderuit en kwam met zijn knie onder de machine terecht. De diagnose luidde: gescheurde en afge-scheurde gewrichtsbanden. Na de operatie in Mol begon hij zo snel mogelijk op zijn bed te trainen met gewichten en een maand later stond de wilskrachtige Fin aan de start van de eerste Grote Prijs, in Oostenrijk, waar hij het - na een nieuwe tik tegen de met spuiten verdoofde knie- welgeteld zeven ronden uithield. In Frankrijk en Zweden scoorde hij al onverwacht ereplaatsen en in Italië reed hij iedereen naar huis.

    De kentering was echter van korte duur. In Carlsbad (V.S.) en Mosport (Canada) kwam hij ten val en liep daarbij een paar gekneusde ribben op, die hem de adem af-
sneden. Gevolg: een noodgedwongen forfait in Duitsland. “Op dat moment wist ik dat mijn kansen verkeken waren”, zegt hij.
    Veertien dagen later won hij met groot overwicht de GP van Zwitserland. In Namen. een wedstrijd waar hij omwille van het prestige erg op gesteld was, maakte hij in een afdaling tussen de bomen een ware salto mortale, waarbij Harry Everts, die achter hem reed, de ogen dichtkneep. Het liep gelukkig goed af. In de eindrekening van het w.k., waarin Graham Noyce de kampioen werd van de regelmaat, moest Heikki genoegen nemen met een vijfde plaats. In de gegeven omstandigheden nog een heel eervol resultaat maar ver beneden de stand van Mikkola, die sedert 1972 nooit buiten de eerste drie was geëindigd. Toen hij tijdens de training voor de Trofee der Naties, die in zijn eigen land werd gehouden, ook nog een rugblessure opliep, hield hij het definitief voor gezien.
    Niemand geloofde hem. Zelfs zijn vrouw Kaija had er moeite mee.
“Het overviel haar te plotseling”, zegt Heikki, “na enkele weken heeft ze er zich mee verzoend”. Veel publiciteit werd aan het afscheid niet besteed. “Yamaha had liever dat ik er geen ruchtbaarheid aan gaf. Door de concurrentie in het ongewisse te laten omtrent mijn plannen was het voor de fabriek iets makkelijker om kontakten te nemen met andere renners. Zo hebben ze Hakan Carlqvist en Andre Vromans kunnen aantrekken”.
    Zelf bekijkt hij het afscheid met de koele nuchterheid van een buitenstaander. “Ik vind nog altijd niet dat motorcross een gevaarlijke sport zou zijn. Maar er komt een moment dat je je zekerheid verliest, dat je bang wordt voor de risico’s. Door al die tegenslagen en door gebrek aan training heb ik dit seizoen dat stadium bereikt. Ik heb niet meer het gevoel dat ik nog eens wereldkampioen zal kunnen worden. Ik word volgend jaar 35 en zie het niet meer zitten. En voor de tweede plaats rijden zegt me niks. Je kan natuurlijk doorgaan voor de centen en het uiterste uit de kan proberen te halen. Dat zou niet eer-