Interviews

Selecteer jaartal

1

2

3

4

5

Op 29 juli wordt in Markelo de Nederlandse Grand Prix motocross 500cc verreden. Na Markelo volgen dan nog twee wedstrijden (België en Luxemburg). Wie wordt dit jaar wereldkampioen? Aan wie kunnen we dat beter vragen dan aan de rijders zelf. Na afloop van de Zwitserse Grand Prix vroegen we aan de sterren van dit jaar wie de titel zal behalen. Ook peilden we de verwachtingen hun zelf betreffend.
Graham Noyce:
Het verschil tussen Gerrit en mij is nu zo groot dat ik eigenlijk alleen maar de laatste races hoef uit te rijden. Maar toch, in zes manches kan nog erg veel gebeuren. Ik wil mezelf beslist nog geen wereldkampioen noemen. Het veroveren van de titel is best mogelijk, maar helemaal zeker voel ik mezelf toch nog niet. Ik ga deze zes manches net zo rijden als ik de laatste tijd gedaan heb, namelijk verdedigend. Ik ga niet proberen overal te winnen. Dat heb je in Farleigh Castle wel gezien. Ik ben daar achter Lackey gebleven, want een tweede plaats was ook genoeg voor mij.
Gerrit Wolsink:
Graham staat veertig punten voor en dat is veel. Hij heeft tot nu toe alles uitgereden. Als hij ook eens een keer pech krijgt - zoals alle andere rijders - kunnen er nog best verrassende dingen gaan gebeuren. Hij heeft toch wel veel geluk dat hij alle keren de finish heeft gehaald. Verder heeft hij het voordeel dat de Honda (en ik denk de Yamaha ook) op dit moment iets beter is dan onze Suzuki's.
Brad Lackey:
Noyce staat er nu het beste voor. Maar er volgen nog zes races, waarin maximaal 90 punten te verdienen zijn. Dat betekent dus dat ik ook nog wel een kans heb, al geloof ik daar zelf niet zo in. Voor de tweede plaats wordt het veel interessanter. Ik sta slechts drie punten achter Wolsink. De tweede plaats moet voor mij zonder meer mogelijk zijn. Maar Gerrit kan ook net zo goed de tweede plaats tot het eind vasthouden. Het is moeilijk er iets van te zeggen. Ik ben trouwens blij dat het eind van de competitie in zicht komt, want dan kan ik weer terug naar de States. Ik denk dat ik tussen de Zwitserse en de Nederlandse Grand Prix ook nog enige tijd naar Californië ga, want het voldoet me daar toch beter dan in Europa.
André Malherbe:
Je vraagt aan de sterren wat ze er van denken. Dan moet je toch niet bij mij zijn. Daar hoor ik nog niet bij. Met het Honda-team gaat het momenteel uitstekend. Graham heeft een veilige voorsprong en maakt een zeer goede kans op het kampioenschap. Daarachter kon het nog wel eens erg interessant worden. Als ik mijn vorm van de laatste tijd vast kan houden, moet het mogelijk zijn dat ik nog hoger eindig dan de vierde plaats waarop ik na Payerne sta. Ik heb al eens vaker in Markelo gereden en vind het een leuke baan. Ik verwacht daar hoog te kunnen eindigen.
Heikki Mikkola
Heikki Mikkola:
Noyce wordt kampioen. Dat lijkt me nu wel zeker. Er wordt wel beweerd dat Graham niet de beste rijder is en dat hij daarom geen wereldkampioen zou moeten worden. Daar ben ik het niet mee eens. Iemand die elke race weer punten haalt moet wel goed zijn. Hoe of je aan de punten komt en hoeveel je er behaalt is niet belangrijk. Als je er maar voor zorgt dat je de meeste punten hebt, word je kampioen. Het wereldkampioenschap is voor mij verkeken. Het enige wat voor mij telt is het behalen van zoveel mogelijk overwinningen. Ik ben blij dat ik weer nagenoeg fit ben; alleen de knie bezorgt me nog een klein beetje last. Ik ga nu eerst even naar Finland om daar een wedstrijd te rijden en kom dan weer terug naar België. Volgend jaar wil ik proberen de titel van Noyce terug te pakken. Ik blijf bij Yamaha, want ik heb het bij hen uitstekend. Of ik te oud ben om nog een keer kampioen te worden? Wel nee, ik ben nog maar 34!
Roger DeCoster:
Het seizoen is voor mij erg slecht begonnen. Datzelfde geldt ook voor Heikki. Als wij beiden zo kort voor de start van de Grand Prix geen ongeluk hadden gehad, waren we nu zeker nog volop in de slag geweest om de eerste plaats. Graham heeft het grote voordeel dat hij iedere wedstrijd uitrijdt en zodoende elke keer punten scoort. Wedstrijden winnen, zoals Heikki en ik dat vaak deden, doet hij niet. Graham heeft wel de meeste punten behaald, maar de snelste is hij toch niet. De drie oudjes - Heikki, Gerrit en ik - hebben wel laten zien dat we er nog volledig bij horen.
Jean-Jacques Bruno:
Noyce wordt kampioen. Dat staat voor mij als een paal boven water. Zoals hij momenteel rijdt, zoveel rustiger als in het begin van het seizoen, is de voorsprong van veertig punten op Gerrit Wolsink meer dan genoeg om op de eerste plaats te blijven. Zelf sta ik nu op de zevende plaats. Ik zou graag wat opklimmen, maar dat lijkt me wel erg moeilijk, want ik heb een achterstand van 27 punten op Roger DeCoster. Dat zal vermoedelijk wel iets te veel zijn om te overbruggen. Ook moet ik nog oppassen voor de jongens achter mij, zoals Yvan van den Broeck en André Vromans. In Markelo verwacht ik weinig hinder te ondervinden van m'n linkervoet, zodat ik daar weer voluit kan rijden.
Yvan van den Broeck:
Het gaat dit jaar met mij erg goed. Ik ben dan ook erg tevreden. De baan van Markelo ligt me wel. Ik hoop in Markelo flink wat punten te behalen. Dat moet ook wel wil ik de achtste plaats vast houden, want André Vromans staat dicht achter mij. Het verschil tussen ons beiden is slechts vijf punten en dat is erg weinig. Wat de eerste plaats betreft is er maar één kandidaat en dat is Graham Noyce. Zelf beseft Graham dat waarschijnlijk ook erg goed, want hij rijdt de laatste tijd veel rustiger; hij neemt veel minder risico, maar haalt toch elke keer weer z’n punten.
André Vromans:
Ik hoop dat het in Markelo beter gaat dan hier vandaag in Payerne. Het was vandaag hopeloos, een val in de eerste en een kapotte versnellingsbak in de tweede manche. Dat kostte mij wel de achtste plaats, die Yvan nu van mij heeft overgenomen. Ik wil in Markelo in ieder geval proberen de achtste plaats weer terug te veroveren. Aan de kop van het klassement lijkt me de beslissing al wel gevallen; zonder tegenslag wordt Graham kampioen.
Gerard Rond:
De nieuwe kampioen heet Graham Noyce. Hij zit er steeds bij en zorgt er zo voor ieder keer punten te behalen. Ik ben blij dat ik vandaag iets heb goedgemaakt door twee keer zevende te worden. Ik geloof dat ik, mits ik in de laatste races weinig hinder ondervind van m’n blessures, nog wel iets hoger zal kunnen eindigen dan de tiende plaats die ik nu bezet. Voor het eerst sinds mijn val in Lienden heb ik vandaag weer eens lekker gereden.